Geweldloze communicatie is verbindende communicatie. Geweldloze communicatie kenmerkt zich door een empathische, niet-oordelende houding. Zonder de verantwoordelijkheid voor de ander op je te nemen en zonder de ander te willen veranderen.

Geweldloze communicatie is verbindende communicatie

Partners die geweldloos communiceren bevestigen elkaar. Daardoor voel je je gehoord en gewaardeerd in de relatie. Wat jij voelt en denkt mag er zijn en het doet ertoe, ook als je partner er heel anders over denkt.

Verwijten, discussies en ja-maar-gesprekken

Als praten met je partner lastig is, ontbreken vaak deze positieve verbindende elementen. Je herkent dit aan verwijten, ja-maar-gesprekken of discussies die alleen nog gaan over wie er gelijk heeft. Niet-verbindende gesprekken leiden gemakkelijk tot onbegrip, afstand en ruzies. Er is dan weinig ruimte meer voor wat je voelt of denkt, zonder dat de ander er tegenin gaat of een oordeel heeft. Het zijn negatieve gesprekken die afbreuk doen aan je relatie.

“Geweldloze communicatie is allereerst niet-oordelende communicatie”

Vier stappen in geweldloze communicatie

Wil je oefenen met geweldloze communicatie? Let dan op de volgende vier stappen die in een gesprek telkens weer doorlopen worden:

  1. Wat wordt er gezegd? (de ‘feiten’)
  2. Wat voel ik? (ik voel mij bijv. verdrietig)
  3. Wat wil ik? (mijn behoefte)
  4. Wat doe ik? (actie)

1. Wat wordt er gezegd?

De feiten, dus zonder oordelen of veroordelen.
Zorg dat je je waarneming scheidt van je oordeel. Dit is een essentieel onderdeel van geweldloze communicatie. Doe je dat niet, dan wordt je reactie namelijk al snel als kritiek gehoord. De ander zal zich dan keren tegen wat je zegt. Zorg dus dat uit je taalgebruik blijkt wát je waarneming is en wát jouw oordeel.

Scheid je waarneming van je oordeel
Dus niet: Je bent lui.  
Maar: Als ik zie dat je de hele avond op de bank zit, dan vind ik je lui.
Toelichting:
In ‘Jij bent lui’ benoemt de spreker zijn oordeel als een kenmerk van de ander. Zo neemt hij niet de verantwoordelijkheid voor zijn eigen oordeel. In de zin met ‘ik vind je lui’ worden de waarneming en het oordeel duidelijk gescheiden en neemt de spreker verantwoordelijkheid voor wat hij zelf vindt.

Gebruik dus ook geen werkwoorden die een oordeel in houden
Dus niet: Petra is lui.
Maar: Petra kijkt de hele avond naar Netflix.

Vermijd generalisaties
Dus niet: Jij wilt nooit seks.
Maar: De afgelopen maand heb ik je niet het initiatief zien nemen om te vrijen. (Nog mooier is natuurlijk het uitspreken van het achterliggende verlangen.)

2. Wat voel ik?

Voelen en denken zijn niet hetzelfde. Ze lopen wel vaak door elkaar en beïnvloeden elkaar. Daarom houden we ze soms moeilijk uit elkaar en gebruiken we ‘voelen’ waar we eigenlijk denken bedoelen. Ik kan boosheid voelen, verdriet of angst, maar ‘ik voel mij beetgenomen’ is niet een gevoel maar een gedachte. Voelen en denken uit elkaar houden helpt om duidelijker te krijgen wat bij een bepaald gevoel je behoefte is.

‘Ik voel dat jij dit niks vindt’ gaat nog een stapje verder. Het gaat hier weer niet om een gevoel, maar om een gedachte. En dan ook nog eens een gedachte waarmee je invult wat de ander zou denken. Grote kans dat je ernaast zit en de ander zich dan niet gezien voelt. Als je het echt wilt weten hoe het met de ander gaat, kun je het maar beter vragen.

3. Wat wil ik?

In geweldloze communicatie helpt weten wat je voelt om te weten wat je nodig hebt. Alleen dan kan je verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gevoel. Vergeet niet dat de ander wel de aanleiding kan zijn voor wat je voelt, maar nooit de oorzaak.

Als je je geraakt voelt door een opmerking van je partner, dan kun je vier dingen doen:

  • De schuld bij jezelf leggen.
  • De schuld bij de ander leggen.
  • Je afvragen wat je voelt en wat je nodig hebt
  • Je afvragen wat de ander voelt en nodig heeft.

De eerste twee zijn zinloos want ze brengen je niet verder. De laatste twee doen dat wel. Als je te emotioneel bent, zul je eerst aandacht moeten besteden aan je eigen gevoel en behoeften voordat je kunt openstaan voor de gevoelens en behoeften van je partner.

4. Wat doe ik?

Geweldloze communicatie is ook actie. Als je weet wat je behoefte is dan is het tijd om in actie te komen. Uitspreken dus. Alleen dan kan de ander je zien en er ook voor je zijn. Het uitspreken van je behoeften gaat over menselijke verlangens. Daar is niets mis mee. Zo’n zin begint met ‘ik’, want het gaat over jou. ‘Jij’ gebruik je vervolgens als je de ander een vraag wilt stellen.

Dus niet: ‘Je moet mij laten uitspreken’.

Maar: ‘Ik wil graag vertellen wat ik hierbij voel. Kun je naar mij luisteren?’

Statements mag je maken over jezelf en de ander stel je vragen. Dat dit vaak misgaat, komt omdat niemand graag kwetsbaar wil zijn. Zodra het spannend wordt gaan we het daarom over de ander hebben.

Verbindend communiceren is vooral een grondhouding

Geweldloze communicatie is geen setje van regels die je schools moet opvolgen. Waar het steeds om gaat, is dat empathisch en niet-oordelend communiceren voor veiligheid en verbinding zorgt in de relatie. Toch heeft oefenen zin om je steeds bewuster te worden van jullie patronen en wat ze doen in het contact.

Geweldloze communicatie leer je met vallen en opstaan

Oefenen met geweldloze communicatie is niet altijd makkelijk. Veel van onze patronen zijn diep ingesleten en onbewust. Zitten jullie al te lang vast in een negatieve spiraal of speelt oud zeer een belangrijke rol, dan is het moeilijk uit de oude groef te komen. Therapie kan dan helpen om patronen helderder te krijgen en oude valkuilen te leren vermijden.

Meer weten over geweldloze communicatie?

Geweldloze communicatie

Wil je meer weten? Lees ‘Geweldloze communicatie’ van Marshall Rosenberg. Dit boek geeft tal van handvatten en voorbeelden voor oefening en verdieping. Soms wat zweverig, maar nog steeds een van de betere boeken over geweldloze communicatie. Je bent ook welkom om contact op te nemen als je een vraag hebt of een afspraak wilt maken.